Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Wijn en gerecht combineren

Een wijn past bij een gerecht als je weet hoe beide in de mond reageren, en hoe die reacties samen smaken. Wijnen en gerechten die qua smaakprofiel op elkaar lijken, passen vaak goed. Zowel wijn als gerecht kun je op dezelfde manier analyseren.

Het etiket of het recept zegt te weinig. Je moet proeven. Kleur en geur tellen hier niet mee voor het smaakprofiel. Bij aardbeien in een gerecht speelt versheid, rijpheid, ras en seizoen. Bij wijn: druivenras, herkomst, restzoet, houtrijping.

Het smaakprofiel

Het smaakprofiel is een soort DNA van de smaak: wat gebeurt er echt in de mond. Drie factoren, elk met een bandbreedte:

Mondgevoel

Beoordeel de reactie na ongeveer vijf seconden, terwijl het product door de mond gaat. Strak is mond opdrogend of samentrekkend: veel zuur, weinig alcohol, geen restzoet, of veel tannine. Voorbeelden in eten: limoen, ijsbergsla, krokant korstje, sterke thee.

Filmend is smeuïg of plakkerig rond de tong, vaak met meer speeksel. Zoete wijnen, hoog alcohol of heel laag zuur kunnen filmend zijn. In gerechten: vet, room, boter, olie, honing, pindakaas, rijpe banaan.

Wijn en gerecht hebben bijna altijd beide kanten. Tussen strak en filmend zit de balans die je wilt tonen.

Smaakgehalte

Smaakgehalte is de sterkte van de smaak: licht of overheersend. Pinot Blanc uit de Elzas is vaak licht. Gewürztraminer uit dezelfde streek is vaak krachtiger. Lage rendementen en opvoeding op hout verhogen het gehalte. Pocheren houdt gehalte lager. Grillen en kruiden, specerijen of saus verhogen het.

Smaaktype

Frisse tonen: klein rood fruit, citrus, groene kruiden, rauwe ui. Lenteachtig. Rijpe tonen: mango, paddenstoelen, karamel, gerookte ham, peper, kruidnagel, tijm, rozemarijn, gestoofde ui. Herfstachtig. Rijpe tonen zijn niet hetzelfde als rijpheid van het product zelf. Een rijpe Granny Smith blijft fris van type.

Reductieve vinificatie, weinig zuurstof, houdt frisse tonen. Oxidatieve stijl en houtrijping geven meer rijpe tonen: hout, vanille, specerijen. Gepocheerde zeetong is frisser. Gegrilde zeetong krijgt rijpere smaak van de hitte.

Voorbeelden

Chardonnay, koel klimaat, jong: strak, gemiddeld gehalte, fris of jeugdig. Chardonnay, warm klimaat met houtrijping: strak met iets filmends, hoog gehalte, meer rijp of belegen. Jong Sancerre, Sauvignon Blanc: strak, gemiddeld, fris. Sauternes: meer filmend, hoog gehalte, meer rijp, met nog wel zuren. Salade met gepocheerde zalm: strak, laag, fris. Salade met gerookte zalm: strak met wat filmend, bovengemiddeld, fris en rijp. Donkere chocolademousse: filmend, hoog, rijp.

Combineren

Zoek overeenkomsten in smaakprofiel. Strakke wijn bij strak gerecht. Filmend bij filmend. Fris bij fris. Rijp bij rijp. Smaakgehalte van wijn en spijs moet overeenkomen. Contrasten kunnen ook werken, bijvoorbeeld zout in kaas met zoet in witte wijn.

Proef eerst een slok wijn en bepaal het profiel. Proef daarna het hele bord in verhouding: vis, groente en saus samen. Controleer met opnieuw een slok: komt het gerecht terug, hoe reageren de zuren, kloppen de smaaktonen.

Menuopbouw

Volgorde bij een wijnarrangement: licht voor zwaar, eenvoudig voor complex, fris voor rijp, strak voor filmend. Zoete witte dessertwijnen komen dus na droge rode wijnen. Kleur is niet leidend. Een filmend voorgerecht met zoete wijn verzadigt snel. Houd het menu dan kort.

Praktijktip: maak een gerecht en zet er drie wijnen bij. Schrijf op wat er gebeurt. Zo bouw je een eigen smaakregister.

Links