Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Van troebel naar helder

Hevelen is thuis de belangrijkste manier om wijn of most te scheiden van bezinksel. Droesem, lees en bourbes blijven achter. Laat lang staan tot de vaste deeltjes zijn uitgezakt. Hevel daarna de heldere vloeistof voorzichtig af met een slang.

Thuis hevelen met een slang

Zet vat of fles een paar dagen stil, zodat opgewoelde deeltjes kunnen zakken. Er vormt zich een heldere laag boven een bodem van bezinksel. Steek een voedselveilige hevelslang in de wijn, met het uiteinde net boven het bezinksel. Zuig aan met een hevelpompje, of vul de slang vooraf. Laat de wijn in een schone, ontsmette fles of emmer lopen. Hang de uitloop zo diep mogelijk in het ontvangende vat, onder de vloeistofspiegel, zodat er minder zuurstof bij komt. Het achtergebleven bezinksel hoort niet in de hoofdwijn. Weggooien, of apart houden voor distillatie of een aparte proef, niet terug in de fles.

Wat zakt er uit

Grof bezinksel: stukjes schil, steeltjes, pulp, zaadjes en andere vaste resten uit de pers. Fijn bezinksel: dode gistcellen, eiwitten, wijnsteenkristallen en andere colloïden die tijdens of na de gisting neerslaan. Hoe langer en koeler je laat staan, hoe meer er bezinkt en hoe helderder de bovenlaag wordt.

Débourbage

Débourbage is het gerichte laten bezinken van troebele most vóór de gisting, vooral bij wit en rosé. Doel: schilresten, pulp en zaadjes weg, voor een schonere, fruitigere wijn en een stabielere gisting. De verse persmost koelt men vaak tot vijf tot tien graden en laat twaalf tot achtenveertig uur rusten. Door de kou start de gisting niet spontaan. Daarna tapt of hevelt men de heldere most af. De bourbes blijven achter. Te weinig débourbage geeft grove smaken. Te veel haalt voeding voor de gist weg.

Soutirage

Soutirage is oversteken: hevelen van vat naar vat om wijn en lie te scheiden. Eerst zakken gistcellen en andere troebelmakers. Daarna tapt of hevelt men de heldere wijn af, met kraan of slang, zonder het bezinksel mee te nemen. Tijdens de rijping herhaalt men dat vaak, zodat de wijn helderder en stabieler wordt. In de beroepswijnbouw zit soms een aftapkraan op hoogte in de tank, zodat alleen de heldere laag eruit komt. Engels: racking.

Direct op fles of eerst een ander vat

Direct flessen kan als de wijn al helder en stabiel is, geen actieve gisting meer, weinig koolzuur, en je weinig nieuw bezinksel verwacht. Dat past bij jonge, frisse stijlen die je snel drinkt. Eerst een ander vat is verstandiger als de wijn nog troebel is of net is gestopt met gisten, als je langer wilt rijpen en tussendoor nog wilt hevelen, of als je hergisting of troebelheid in de fles wilt vermijden. Thuis hevel je vaak meerdere keren, bijvoorbeeld elke twee tot drie maanden. Pas als de wijn stabiel helder is, vul je op fles.

Links