Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Van pers tot gisting

Na pluk en sorteren begint de voorbereiding van de most. De druiven worden gekneusd en geperst. Je meet het suikergehalte, het mostgewicht. Zo nodig verrijk je. Daarna start de gisting met de juiste gist en temperatuur.

Druivenpers

Ontstelen haalt de steeltjes weg. Kneuzen maakt de bessen zacht stuk. Sap komt vrij, de pitten blijven heel. Vaak rust de gekneusde massa twaalf tot vierentwintig uur met pecto-enzym en een kleine dosis sulfiet. Dat maakt kleur en aroma vrij en remt wilde microben. Persen scheidt sap van schillen, pitten en pulp. Bij rood pers je vaak pas na enkele dagen schilcontact. Bij wit en rosé meestal direct. Thuis kan een handpers, een geperforeerde emmer of een schone zak.

Mostverrijking

In een koel klimaat zoals de Benelux hebben druiven soms te weinig suiker voor het gewenste alcohol. Mostverrijking of chaptalisatie is suiker toevoegen aan de most. Gebruik zuivere kristalsuiker van biet of riet. Los op in een beetje warme most of water en roer door de hele batch. Ongeveer zeventien gram suiker per liter most verhoogt het alcohol met circa één volumeprocent. Voeg suiker toe als de gisten al werken, niet voor een te wilde start. In de beroepswijnbouw in Nederland geldt een maximum van ongeveer twee procent extra alcohol. Thuis: klein bijstellen, niet extreem verrijken.

Saccharomyces en temperatuur

Alcoholische gisting doet vooral Saccharomyces cerevisiae. Die gist zet suiker om in alcohol, koolzuur en aroma. Voor witte wijn is zestien tot tweeëntwintig graden gebruikelijk, voor fijne aroma's. Voor rode wijn zesentwintig tot tweeëndertig graden, voor kleur en tannine. Saccharomyces werkt het best grofweg tussen twintig en dertig graden. Onder de twaalf en boven de vijfendertig graden werken de meeste gisten slecht of stoppen ze. Bij spontane gisting is een start van circa twintig tot drieëntwintig graden gunstig voor de inheemse Saccharomyces. Daarna iets koeler, zodat Hanseniaspora, vroeger Kloeckera, niet te veel kans krijgt.

Vastgelopen gisting

Een stuck fermentation stopt voordat alle suiker is omgezet. Te heet, boven dertig tot tweeëndertig graden, kan gisten doden. Te koud, onder vijftien graden, maakt ze inactief. Gebrek aan stikstof, mineralen of vitaminen stopt ze ook. Te veel suiker of alcohol overbelast de gist. Thuis: breng de temperatuur naar achttien tot vierentwintig graden. Voeg gistvoeding toe, zoals DAP of Fermaid-K, volgens de dosis. Maak een kleine, actieve giststarter in een beetje most en voeg die gewend toe aan de vastgelopen batch.

Drab of lees

Tijdens en na de gisting valt drab of lees naar de bodem: dode gistcellen, eiwitten, wijnsteenkristallen en andere vaste deeltjes. Bij jonge, actieve gisting roert men de fijne lees soms licht door, voor meer textuur. Bij langere rijping hevelt men de wijn van de grove drab, tegen geuren van rotte eieren of muf. Bij sommige stijlen, zoals oranjewijn, laat men een laag drab op de wijn staan als bescherming tegen zuurstof. De stijl kiest: meer diepte uit fijne lees, of een schone, frisse wijn met minder risico.

Mostanalyse en mostgewicht

Voor de gisting meet je suiker, zuur en zo mogelijk pH. Mostgewicht is de natuurlijke suiker, glucose en fructose, als Oechsle, Brix of soortelijk gewicht. Oechsle is ongeveer de dichtheid minus één, maal duizend. Eén graad Oechsle is ongeveer 2,37 gram suiker per liter. Eén Brix is grofweg tien gram suiker per liter. Voor wijnen die je wilt laten rijpen streeft men vaak naar circa tweeëntwintig tot vijfentwintig Brix. Onder de achttien tot twintig Brix wordt de wijn dun en laag in alcohol. Boven de zesentwintig tot achtentwintig Brix kan de gisting traag of vastlopen. Meet ook totaalzuur in gram per liter en pH, om te beslissen of je aanzuurt, ontzuurt of alleen suiker toevoegt.

Links