Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Meten naast proeven

Suiker, zuur, pH, alcohol en temperatuur sturen de gisting, de smaak en de houdbaarheid. Een lab doet dat met apparatuur. Thuis volstaan eenvoudige meters als je ze goed gebruikt.

Mostgewicht en suikerschalen

Mostgewicht is de dichtheid van de most, vooral door suiker. Je meet met een refractometer, densimeter, hydrometer of mostwaag. Brix is het suikerpercentage in gewicht. Eén Brix is grofweg tien gram suiker per liter most. Oechsle is de dichtheid minus één, maal duizend. Soortelijk gewicht, SG, is de dichtheid ten opzichte van water. SG 1,080 is ongeveer tachtig Oechsle. Een refractometer werkt op een druppel most. Een hydrometer meet in een maatcilinder. Meet vóór en na de gisting. Zo schat je potentieel alcohol en zie je of de gisting klaar is. Formules van Oechsle naar suiker staan op de Verdieping Oechsle. Andere schalen, Baumé en KMW, staan op Suikerschalen.

Alcoholmeter

Na de gisting meet je alcohol met een alcoholmeter of vinometer. Je vult een klein reservoir, draait het om en leest af waar de kolom stopt. Dat werkt alleen goed bij droge wijn. Suiker verstoort de meting. Bij zoete wijn: verdun met precies evenveel water, meet, vermenigvuldig de uitslag met twee. Voor een etiket gebruikt een lab destillatie en daarna een alcoholmeter of dichtheidsmeter. Dat is voor de meeste thuiswijnmakers te zwaar.

pH

pH zegt hoe zuur most of wijn aanvoelt voor microben en chemie. Dat is niet hetzelfde als het totaalzuur. Most ligt vaak tussen 3,0 en 3,8. Wijn vaak tussen 3,0 en 4,0. Lager is zuurder en microbiologisch stabieler. Meet met een gekalibreerde pH-meter, buffers vier en zeven, of met papier of druppels, minder nauwkeurig. Uit pH volgt geen totaalzuur, en omgekeerd niet.

Titratie, totaalzuur

Totaalzuur, titratiezuur, is de som van de zuren, als gram wijnsteenzuur per liter. Je titreert een bekende hoeveelheid most of wijn met een base, meestal natronloog, blauwloog, tot pH 7. Hobbysetjes hebben een buret en een indicator, broomthymolblauw of fenolftaleïne. Pipetteer tien milliliter most of wijn. Voeg eventueel gedemineraliseerd water en twee tot drie druppels indicator toe. Titreer tot de kleur omslaat, van geel naar blauw of van kleurloos naar lichtpaars. Bij bepaalde standaardoplossingen komt het milliliterverbruik overeen met gram wijnsteenzuur per liter. Richting: witte wijn vaak zes tot acht gram per liter, rode wijn vijf tot zeven. Te laag zuur geeft flauwe, instabiele wijn. Te hoog zuur blijft scherp.

Temperatuur

Temperatuur stuurt gistingssnelheid en aroma. Witte wijn gist vaak bij zestien tot tweeëntwintig graden, rode bij zesentwintig tot tweeëndertig. Malolactische omzetting vaak achttien tot tweeëntwintig. Een digitale thermometer of wijnthermometer volstaat. Te warm, boven dertig tot tweeëndertig graden, kan gisten doden. Te koud, onder twaalf tot vijftien graden, vertraagt of stopt de gisting.

Labo thuis

Een basisset: refractometer of hydrometer voor suiker. pH-meter met buffers, of papier. Titratiesetje voor totaalzuur. Vinometer na de gisting. Thermometer. Daarmee breng je suiker en zuur in balans, laat je de gisting veilig lopen en bottel je stabiel.

Links