Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Van sap naar wijn

Het verschil tussen zoete en droge wijn is de restsuiker: suiker die na de alcoholische gisting overblijft. Het einde van die gisting is het moment waarop de gisten tot rust zijn en de vergistbare suikers nagenoeg op zijn. Het sap is dan wijn. Onder ideale omstandigheden kunnen gisten suiker tot ongeveer 0,3 gram per liter vergisten. In de praktijk blijft er altijd een klein restant, ook in kurkdroge wijnen.

Droog, halfdroog, zoet

Voor stille wijnen, grofweg op restsuiker: droog nul tot vier gram per liter, soms tot negen gram bij hoog zuur. Halfdroog vier tot twaalf gram per liter. Mollig of halfzoet twaalf tot vijfenveertig gram per liter. Zoet meer dan vijfenveertig gram per liter. Voor mousserende wijnen gelden andere etiketwoorden: Brut Nature, Extra Brut, Brut, Extra Dry, Sec, Demi-Sec, Doux. Ook daar is restsuiker de maat.

Gisting stoppen en stabiliseren

Voor zoete of halfzoete wijn stop je de gisting voordat alle suiker op is, of je voegt later suiker toe aan een droge basiswijn. Afkoelen naar vijf tot tien graden maakt gisten inactief. Versterken met wijnspirit tot vijftien tot achttien volumeprocent doodt of remt gisten, zoals bij Port. Zeer fijne filtratie, sterielfiltratie, haalt gistcellen weg. Sulfiet temt gisten en bacteriën en beschermt tegen oxidatie. Kaliumsorbaat voorkomt dat overgebleven gistcellen zich vermenigvuldigen. Het stopt geen actieve gisting. Het stabiliseert een heldere, uitgegiste wijn vóór je zoet.

Typische weg: laat de wijn eerst droog vergisten. Klaren, sulfiet en sorbaat, zo nodig sterielfiltreren. Pas daarna suiker of zoetreserve tot het gewenste zoet. Anders hergist de wijn in de fles. Die wordt troebel, of gevaarlijk door koolzuur in een dichte fles.

Appel-melkzuurgisting

Na de alcoholische gisting kan een appel-melkzuurgisting volgen, ook malolactische gisting, melkzuurgisting of malo. Het is geen gisting door gisten, maar een bacterieel proces. Melkzuurbacteriën, vooral Oenococcus oeni, zetten scherp appelzuur om in zachter melkzuur en koolzuur. Appelzuur heeft twee zuurgroepen. Melkzuur heeft er één. Er komt koolzuur bij. Gevolg: lagere totale zuurgraad, zachter mondgevoel, complexere aroma's, vaak boterig, romig of notig, onder meer door diacetyl. Na een voltooide malo is de kans op ongewenste nagisting kleiner.

Twee keer tweede gisting

Malo noemt men soms tweede gisting. Dat is niet de tweede gisting op fles bij mousserende wijn. Malo gebeurt na de alcoholische gisting, meestal in tank of vat, door bacteriën. Doel: zuur verlagen, de wijn zachter en stabieler maken. Ze verloopt vaak spontaan rond achttien tot tweeëntwintig graden, als sulfiet laag is en restsuiker beperkt. Tweede gisting op fles: aan een stille basiswijn voegt men gist en suiker toe, de liqueur de tirage, en sluit de fles. Gisten vergisten die suiker in de fles. Het koolzuur kan niet weg en vormt de belletjes. Doel: mousse, niet primair zuur verlagen.

Malo wel of niet

Rode wijnen: meestal wel malo, voor zachtere zuurgraad en meer stabiliteit. Frisse witte wijnen zoals Riesling of Sauvignon: vaak geen malo, om frisheid en fruit te houden. Chardonnay en sommige andere stijlen: vaak wel malo, voor romige textuur en boterige tonen. Malo voorkomen: koel snel af, onder de vijftien graden. Voeg tijdig sulfiet toe. Filter vroeg. Malo stimuleren: houd ongeveer achttien tot tweeëntwintig graden. Houd sulfiet laag na de alcoholische gisting. Laat de wijn eventueel op de fijne lees staan en ent zo nodig met een malocultuur.

Links