Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Van vat naar fles

Bottelen is de laatste grote stap: de wijn gaat van vat of ballon naar de fles. Daar rijpt hij verder, of hij is klaar om te drinken. Hygiëne, de afsluiting en het moment van bottelen sturen hoe de wijn zich ontwikkelt.

Brandschone flessen

Flessen, slangen, pompen en vulgerei moeten brandschoon zijn. Een klein beetje vuil kan een hele batch bederven. Gebruikte flessen spoel je zo snel mogelijk na ledigen. Was daarna met soda of trisoda, één tot vijf procent. Spoel na met water, eventueel citroenzuur en sulfiet, tot slot heet water. Laat flessen ondersteboven uitlekken. Bewaar droog, liefst in dozen, tot net voor gebruik. Controleer op barsten, oude resten en vuil in de hals. Beschadigde flessen niet gebruiken. Hevelslang, vulnaald en kurkapparaat krijg je op dezelfde manier schoon.

Kurk of schroefdop

Natuurkurk is traditioneel. Die laat zeer weinig zuurstof door. Dat kan bewaarwijn helpen. Nadelen: kans op kurkfout door TCA, wisselende zuurstofdoorlaat, kurkentrekker nodig, liggende opslag zodat de kurk niet uitdroogt. Schroefdop, zoals Stelvin, sluit gelijkmatig en dicht. Minder oxidatie, geen TCA. Moderne doppen laten ook miniem zuurstof toe, zodat bewaarwijn kan rijpen. Geen kurkentrekker, makkelijk opnieuw dicht, fles mag rechtop. Kunststofkurk en glazen stop bestaan ook. Thuis is schroefdop vaak praktischer. Voor cadeau of traditie kiest men soms kurk.

Vullen

Werk rustig en met weinig zuurstof. Laat de wijn via een slang in de fles lopen, liefst vanaf de bodem, tegen turbulentie. Houd ongeveer één tot anderhalve centimeter tussen wijn en kurk, de vrije ruimte in de hals, ullage. Week kurken niet te lang. Leg ze op een schone doek. Vermijd vuil op het deel dat in de wijn komt. Pers met een kurkapparaat. Zet gevulde flessen enkele uren rechtop, zodat de kurk ontspant. Daarna liggend bij kurk. Bij schroefdop: schone droge hals, dop erop. Daarna rechtop of liggend.

Troebel afvullen

Sommige makers vullen bewust troebel, bijvoorbeeld natuurwijn of sur lie. Meer textuur en aroma uit fijne lees, minder filtratie. Risico: nagisting in de fles, troebelheid, koolzuur, geur- of smaakfouten als er nog suiker of actieve microben zijn. Extra aandacht voor stabiliteit. Geen restsuiker, of wel sulfiet en sorbaat bij zoete wijn. Schone flessen, weinig zuurstof.

Élevage

Élevage is de opvoeding van de wijn tussen het einde van de gisting en het bottelen, en daarna in de fles. Op vat of in tank integreren kleur, tannine en aroma. Men controleert, hevelt, vult aan, ouillage, en beschermt tegen oxidatie en microben. De maker kiest wanneer de wijn af is voor de fles. Na bottelen gaat de ontwikkeling door, koel, donker, bij constante temperatuur, met een goede sluiting.

Links