Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Klimaat

In Nederland gebeurt wijnbouw slechts op heel kleine schaal. Druivenstokken houden van zon en niet van natte voeten.

De beste wijngaarden zitten vaak waar een microklimaat de ruwe kant van het heersende klimaat afschermt. Koude winters laten de planten op kracht komen. Het noordelijkste rode gebied is de Ahr, direct ten zuiden van Bonn. Het meest zuidelijke gebied op het noordelijk halfrond ligt ten oosten van Marrakech, tegen de uitlopers van de Atlas.

Ideaal is een gematigd klimaat: in het voorjaar voldoende regen, in de zomer weinig, in de herfst zonnig en droog. Zonlicht zet fotosynthese op gang, zodat suikers in de druif ontstaan. Nachtvorst in het voorjaar kan jonge loten ruïneren. Langdurige hoge luchtvochtigheid vergroot schimmel. Storm in de bloei waait stuifmeel weg. Na aanhoudend slecht weer in de bloei ontstaat coulure: geen vruchtzetting. Hagel in de zomer kan de hele oogst slaan.

Bodem en terroir

Het bodemtype hangt af van samenstelling, structuur, waterafvoer na regen en mineralen. Zeer vruchtbare grond vermijdt de wijnbouwer. Daar groeit veel blad en weinig druif.

Een geschikte bodem bevat fosfor, kalk, magnesium en stikstof. Het belangrijkste mineraal is kalium. Dat grijpt in op de suikervorming in de druif. Kiezel of grind moet water snel laten wegzakken.

Een wijn heeft terroir als bodem, klimaat en druivenras samen een unieke, herkenbare wijn geven. Kalk in de Chablis past bij andere rassen dan klei en kiezel in Bordeaux.

Helling, water en tekens

Beschutting door een heuvelrug, warmtereflectie van meer of rivier, een zuidelijke helling en vocht in een dal sturen kwaliteit en smaak. De wijnstok heeft vrij veel water nodig en past zich aan. De meeste wijngaarden zijn goed gedraineerd. Ideaal is vocht bij de diepste wortels. Stenen nemen overdag warmte op en geven die ’s nachts af.

Overal in Frankrijk staan grote gekleurde drie- en rechthoeken aan het eind van een rij. Dat zijn tekens voor helikopterpiloten, waar een perceel begint en eindigt, voor bestrijding vanuit de lucht.

In de Médoc plant men aan het eind van een rij vaak een geurende rozenstruik. Die traditie stamt uit de tijd van het paard. Het paard moest een grotere bocht maken om de buitenste planten niet te beschadigen. De bloem doorbreekt ook het groene blad.

Links