Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Weer en rijp fruit

Zon en warmte bepalen of de druif rijp wordt. Goede wijn komt alleen van rijp fruit. Dat geldt in alle wijngebieden.

Chemische rijpheid lees je af aan suiker en zuur. Suiker zo hoog mogelijk, zuur laag genoeg. Smaakstoffen, aroma en tannine zeggen iets over de fysische rijpheid.

Na de bloei zijn druiven vaak na ongeveer honderd dagen rijp. Ras en weer maken uitzonderingen. Na die honderd dagen blijft het suikergehalte vaak gelijk. Het gewicht van de vrucht en het zuurgehalte dalen nog. Als de stok in rust gaat, stopt de sapstroom. De bladeren verkleuren en vallen. Dan oogst men. Voor zoete dessertwijn laat men de trossen langer hangen, zodat edele rotting kan indrogen. Rassen waarvan het blad langer groen blijft, moeten langer hangen, zodat de fotosynthese doorgaat.

Zuren

In een groeiende druif vormen zich wijnsteenzuur en appelzuur. Wijnsteenzuur blijft vrijwel gelijk. Appelzuur daalt, omdat de druif dit zuur verbrandt bij warmte en licht. Langer hangen laat minder appelzuur over. Dat komt de wijn ten goede.

Na de alcoholische gisting kan een malolactische gisting het resterende appelzuur omzetten in melkzuur. Dat lukt alleen als het sulfietgehalte laag blijft. Wijnsteenzuur kan men deels verwijderen door te ontzuren met neerslagkalk.

Het zuurgehalte meet men door een sapmonster te neutraliseren met blauwloog. Bij het kleuromslagpunt ziet men hoeveel gram wijnsteenzuur in het sap zit.

Moment van oogsten

Het is de kunst om zo laat mogelijk te plukken. Dan is het zuurgehalte lager. Oogst bij droog weer. Regen laat de druif water opnemen. Dat schaadt de kwaliteit. Dauw of regen verdunt het sap met ongeveer vijf procent. Veel regen vooraf kan trossen open laten barsten. Oogst niet op het heetste moment van de dag. Hoe koeler de verwerking, hoe beter de aroma’s bewaard blijven.

Bij positieve selectie plukt men alleen trossen die geheel rijp zijn. Men loopt de wijngaard meerdere keren door. Bij negatieve selectie haalt men vóór de oogst de aangetaste trossen weg, zodat de goede trossen verder rijpen zonder besmetting.

Hand of machine staat op de Verdieping oogsten. In Nederland plukt men vrijwel alleen met de hand, met een spits snoeischaartje. Dunne schillen vragen om de hand. Ondiepe bakken voorkomen kneuzing. Kneuzing werkt oxidatie in de hand.

In Nederland kan men druiven oogsten rond zestig graden Oechsle, soortelijk gewicht 1060. In mooie nazomers haalt men zeventig tot tachtig graden Oechsle. Dan hoeft men weinig suiker toe te voegen. Bij rode wijn mag het zuurgehalte zeven tot tien gram per liter most zijn. Witte wijn mag iets meer zuur hebben.

Voor een droge wijn mogen de druiven niet overrijp zijn. Anders mist de wijn de kenmerkende zure smaak. Steeds meer huizen proeven de verhouding zoet, zuur en alcohol naast de meting. Een Moezel Riesling Kabinett, niet bijgezoet, met ongeveer zeven procent alcohol, toont dat een goede wijn geen hoog suikergehalte nodig heeft.

Het doel in huiswijn is vaak tien tot elf procent alcohol.

Links