Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Ontstelen en kneuzen

Na de oogst verwerkt men de druiven zo snel mogelijk. Witte druiven worden gekneusd, maar niet altijd ontsteeld. Steeltjes maken het persen gemakkelijker. Met huidige persen is dat niet meer nodig. Voor een krachtige wijn met tannine kan men stelen en pitten meenemen. Bladeren eraf, anders komt een grasachtig karakter in de wijn.

Ontstelen en kneuzen gebeurt meestal tegelijk, met één apparaat. Mousserende wijnen kneust men niet, zodat de most helder blijft. Bij macération carbonique kneust men evenmin. Dessertwijnen met edele rotting ook niet.

Pulpweking

Na het kneuzen laat men de pulp weken, zodat vaste stoffen verder afbreken. Enzymen maken stoffen beter oplosbaar. Pecto-enzymen of Rohament P versnellen dat. Pectine breekt af. Smaak en kleur komen vrij. De enzymen werken het best tussen vijfendertig en vijftig graden. Die temperatuur haalt men zelden. Onder de tien graden gebeurt bijna niets. Elke zeven graden extra verdubbelt de snelheid. Roer de enzymen goed door de most. Bentoniet pas later, want dat remt sterk.

Vroeger deed men bij witte wijn geen pulpweking. Nu wel, voor meer body. Duur en temperatuur sturen welke stoffen vrijkomen.

In de schil zitten fenolen. Tijd en temperatuur laten die stijgen. Ook aminozuren en vetzuren nemen toe. Tot vijftien graden stijgen vluchtige esters, daarboven dalen ze. De meeste alcoholen dalen bij hogere weektemperatuur, methanol niet. Boven de dertig graden kan methanol zelfs verdubbelen.

Pulpgisting

Kleine vaste deeltjes werken als gistkernen. Ze helpen gistcellen groeien, koolzuur ontsnappen, zuren binden en voeding opnemen. Het koolzuur beweegt de most en verdeelt de voeding. Contact met de schil levert onverzadigde vetzuren die bij weinig zuurstof de gisting helpen.

Weektijd bij wit en rosé is nooit langer dan vierentwintig uur. Rood duurt langer. Voor een snel drinkbare rode wijn zonder veel tannine perst men na drie tot vijf dagen. Voor bewaarwijn kan de pulpgisting tot drie weken duren. Temperatuur en wekingstijd sturen de stijl.

Rode wijn haalt kleur en tannine uit meegistende schillen. Vijf tot acht dagen is gebruikelijk voor kleur. Tannine geeft smaak en houdbaarheid. Daarom hoeft rode wijn minder sulfiet dan witte. Tannines binden zuurstof. Sommige huizen laten ook witte schillen één nacht weken, voor meer aroma.

Sulfiet in de most

Na het kneuzen voegt men doorgaans sulfiet toe. Hoeveel hangt af van temperatuur en kwaliteit van de oogst. Gezonde, koele druiven vragen weinig. Sulfiet helpt cellen afbreken, zodat smaak en kleur vrijkomen. Het onderdrukt wilde gisten als men cultuurgist gebruikt. Hoe zuurder de most, hoe minder sulfiet nodig is. Sulfiet kan een allergische reactie oproepen.

Voor witte wijn is een zeer kleine hoeveelheid vrije SO2 nodig tegen bacteriën en oxidatie. Sulfiet kan als gas of opgelost in water. In Nederland gebruikt men doorgaans kaliummetabisulfiet, dat de helft vrije SO2 levert. Zestig milligram kaliummetabisulfiet in één liter wijn geeft dertig milligram vrije SO2.

Bij rode wijn houdt men sulfiet laag, omdat malolactische gisting anders stokt. Twintig tot veertig milligram kaliummetabisulfiet is vaak genoeg. Rotte druiven vragen meer. Beter is die trossen bij de oogst te verwijderen.

Links