Wijn.org

Wijn.org · Verdieping

Wijn.org · Background

← Terug naar TheWijn.org

Kleur en leeftijd

Proeven van rode wijn begint met kijken. Uiterlijk zegt iets over ontwikkeling, herkomst en druivenras.

Een jonge Bordeaux Cru Bourgeois van een half jaar is vaak diep donkerrood in de kern, met een paarse rand. Na ongeveer zes jaar in de kelder is dezelfde wijn lichter rood, met een roodbruine, oranjegetinte rand.

De meeste dagelijkse wijnen hebben het paars van de jeugd verloren, maar nog niet het roodbruin van lange rijping. Kleur geeft geen absolute leeftijd. Een lichte tafelwijn ontwikkelt zich sneller dan een tanninerijke bewaarwijn van een goed jaar.

Helderheid

Met huidige techniek kan elke wijn helder worden, door klaring of filtering, en door de staat van het fruit vóór de gisting.

Troebele wijn kan op een fout wijzen, of op biologische of biodynamische wijn die ongefilterd blijft. Verwar troebelheid niet met dépôt, bezinksel dat zich vormt bij rijping op fles van betere wijnen.

Tranen

Als je het glas walst, rollen vaak tranen langs het glas. Dat wijst op extract, alcohol en glycerol. De smaak krijgt volheid, ook wel vet genoemd.

Het kan ook betekenen dat de maker heeft gechaptaliseerd: suiker bij de gistende most voor meer alcohol. Die methode is in sommige gevallen toegestaan.

Schil en licht

Rode wijn krijgt kleur uit de schil van blauwe druiven. Tijdens de gisting trekken kleurstoffen uit de meegistende schillen. Korte gisting geeft lichte kleur, zoals Beaujolais Primeur. Lange gisting en extra techniek geven diepere, soms bijna zwarte kleur, zoals bij wijnen uit Marokko, Cahors of Madiran. Het ras speelt mee.

Beoordeel kleur bij goed licht. Geel licht van vuur of een kaars flatteert de wijn. Het geeft rode wijn een oranje gloed, waardoor de wijn ouder lijkt. TL-licht maakt wijnen blauw en bleek. Het meest geschikte licht is daglicht uit het noorden, dus geen zonlicht. Dat licht is kleurloos en geeft de kleur weer zoals die werkelijk is.

Pinot Noir en witte kleur

Veel mensen denken bij Pinot Noir aan een zware, donkerrode tot zwarte wijn, pompeus en alcoholrijk. Het tegendeel is waar. De natuurlijke kleur is zacht, bleek kersenrood, niet robuust paars. De vinificatie stuurt mee. Een korte gisting, zoals bij Beaujolais Primeur, levert een minder intens gekleurde wijn op dan een lange gisting met remontage, een techniek om meer kleur en smaak te geven. Rijping op eikenhouten vaten of op roestvrijstaal is eveneens van invloed.

Tijdens de gisting kan men de methode van de drijvende hoed toepassen om extra kleur aan rode wijn te geven.

Bij witte wijnen zijn de onderlinge kleurverschillen kleiner, omdat de schillen niet meegisten. Alleen het kleurloze sap gist, bij 18 tot 22 graden Celsius. Jonge witte wijnen hebben vaak een bleekgele kleur met een beetje groen. Oudere witte wijnen worden donkerder. Dessertwijnen zijn doorgaans donker goudgeel, zoet en rijk. Die wijnen worden gemaakt van laatgeoogste, overrijpe of ingedroogde druiven, die voor een donkere kleur zorgen.

Links