Wijn.org · Verdieping
Algemeen
Wijn is goed verkrijgbaar. Wijnen kunnen niet alleen bij de slijter gekocht worden, maar ook bij de supermarkt en via Internet. Om u te verzekeren van een lekkere wijn, zult u op pad moeten gaan. De slijter of wijnhandelaar kan u vaak goed adviseren bij uw aankoop.
Proef eerst, koop later
Als u van plan bent meerdere flessen van dezelfde wijn te kopen, koop dan eerst een fles om te proeven. Hoe integer het advies van de wijnhandel ook is, het blijft een kwestie van persoonlijke voorkeur of een wijn u bevalt of niet. Het is natuurlijk ook mogelijk om een proefpakket te kopen met verschillende wijnflessen.
Vergelijk de prijs
De bekendere Châteaux uit Bordeaux, Spanje, Italië en de nieuwe wijnlanden worden vaak door meerdere wijnverkopers aangeboden. Hierdoor kunnen er interessante prijsverschillen en aanbiedingen ontstaan. Let altijd wel op de exacte Châteaunaam, de herkomst en het jaartal; alleen al in de Bordeauxstreek bestaan meer dan 20 wijnkastelen met de naam 'Château Bel-Air'.
Wees voorzichtig met koopjes
Wijnen die extreem in prijs verlaagd zijn, kunt u beter links laten liggen. Ook flessen die lang rechtop hebben gestaan zijn verdacht; hiervan is mogelijk de kurk uitgedroogd.
Lees en praat over wijn
Door veel te lezen en met wijnliefhebbers te praten over wijn, kunt u interessante dingen leren die uw koopgedrag ten goede kunnen komen.
Wijn van een goed jaar
'Wijnjaren zijn bepalend voor de kwaliteit van wijnen. In een slecht wijnjaar, met late vorst in het voorjaar, een zomer met te weinig zon en hevige regenval tijdens de oogst, kan geen uitmuntende topwijn gemaakt worden.' Deze stelling bevat een kern van waarheid. Bij de beoordeling van wijnjaren wordt doorgaans een oordeel gegeven over een heel gebied, bijv. de gehele Bordeauxstreek, geheel Toscane of geheel Mosel-Saar-Ruwer.
Terroir
Toch dient bij een uitspraak over wijnjaren rekening te worden gehouden met een belangrijke factor: terroir. Het wijnjaar 1992 was voor de Bordeaux niet glorieus, zoals in alle naslagwerken te lezen is. Er zijn echter châteaux die in dat jaar wel een uitstekende wijn produceerden, omdat zij een gunstig terroir kennen. Deze châteaux hebben geen of minder last van klimatologische omstandigheden die, bij wijze van spreken, de oogst van de buurman kunnen doen mislukken.
Gunstige omstandigheden
De nabijheid van een stuk bos voor bescherming tegen de wind, een goede ligging van de wijngaard t.o.v. de zon, en een goede drainage zijn voorbeelden van gunstige omstandigheden voor een wijngaard. Bovendien heeft een wijnboer de mogelijkheid om de invloed van een slecht wijnjaar te beperken, door een strengere selectie op de druiven toe te passen. Vaak zal hij bepaalde delen van de oogst niet voor zijn beste wijn gebruiken, maar alleen de beste druiven daarin verwerken. De wijnboer produceert in dat geval minder wijn dan gewenst, maar de kwaliteit zal niet zo slecht zijn als het wijnjaar zou doen vermoeden.
De kleur van wijn
Zowel rode als witte wijnen hebben vele kleurschakeringen, en sommige wijnen zijn alleen al aan hun aparte kleur herkenbaar. Vaak ook zegt de kleur iets over de leeftijd van wat er zich in het glas bevindt. De wijn ontleent zijn kleur aan de schillen van de druif, of – bij witte wijn - juist de afwezigheid daarvan. Tijdens de gisting kan men de zogenaamde "methode van de drijvende hoed" toepassen om nog extra kleur aan rode wijnen te geven. Witte wijnen hebben in hun jeugd vaak een groenige glans. Rode wijnen zijn, als ze jong zijn, paars van kleur. Langzamerhand verandert deze kleur, totdat deze uiteindelijk geheel verdwijnt. Dit gebeurt wanneer een wijn te lang is blijven liggen en ver over zijn top is.
Licht
Wijn wordt doorgaans gedronken in een gezellige omgeving; in een restaurant bij kaarslicht, thuis bij de open haard, of gewoon bij het avondeten. Het licht speelt in de meeste gevallen de rol van sfeermaker. Fraai gedimd licht schept in veel restaurants een gezellige, soms intieme ambiance. De ruimte, en dus ook de wijn, wordt hierdoor nog mooier dan zij eigenlijk is.
Om de kleur en het algehele uiterlijk van een wijn goed vast te kunnen stellen, is voldoende licht nodig. Dit licht mag niet teveel gekleurd zijn, omdat dat de kleur van de wijn beïnvloedt. Geel licht, bijvoorbeeld van vuur of een kaars, flatteert de wijn. Het geeft rode wijn een oranje gloed, waardoor de wijn ouder lijkt dan deze in werkelijkheid is. TL-licht maakt wijnen blauw en bleek. Het meest geschikte licht is normaal daglicht uit het noorden dus geen zonlicht . Dit licht is kleurloos en zal de kleur van de wijn weergeven zoals die werkelijk is.
Verschillende kleuren wijn
Er zijn zoveel kleuren rood als er rode wijnen zijn. De kleuren rood die we aantreffen bij rode wijnen lopen uiteen van helder roodpaars Beaujolais Primeur via bleek kersenrood Pinot Noir en roodbruin een wijn uit Graves tot zwartrood Madiran . Tussen deze kleuren zijn nog allerlei schakering waarneembaar.
De kleurnuance van de wijn is sterk afhankelijk van de gebruikte druivensoort. Veel mensen denken bij de naam van de druivensoort pinot noir aan een zware, donkerrode tot zwarte wijn, pompeus en alcoholrijk. Het tegendeel is echter waar. De vinificatie is van grote invloed op de wijnkleur. Een korte gisting, zoals bij een Beaujolais Primeur, levert een minder intens gekleurde wijn op dan een lange intensieve gisting met een remontage: speciale techniek om meer kleur en smaak aan een wijn te geven . De methode van rijping, zoals het gebruik van eikenhouten vaten of roestvrijstalen tanks, is eveneens van invloed op de kleur van de wijn.
Bij witte wijnen zijn de onderlinge kleurverschillen minder groot dan bij rode wijnen, omdat bij het maken van witte wijn de schillen niet meegisten. Alleen het kleurloze sap gist bij een temperatuur tussen de 18ºC-22ºC tot wijn is verkregen. Jonge witte wijnen hebben vaak een bleekgele kleur met een beetje groen. Witte wijnen die ouder zijn, worden donkerder van kleur. Dessertwijnen zijn doorgaans donker goudgeel, zoet en rijk van smaak. Deze wijnen worden gemaakt van laatgeoogste, overrijpe of ingedroogde druiven, die voor een donkere kleur zorgen.
Leeftijd
De kleur van een wijn zegt iets over zijn leeftijd, of liever gezegd de mate van ontwikkeling. Naarmate een wijn ouder wordt, zullen de kleur, de geur en de smaak veranderen. Een eenvoudige, goedkope wijn zal zich vrij snel ontwikkelen, in tegenstelling tot de grote bewaarwijnen bijvoorbeeld een Bordeaux Grand Cru Classé waarbij dit een langdurig proces is. Een jonge rode wijn, zoals een Bordeaux Cru Bourgeois van een half jaar oud, kan herkend worden aan de paarse tint aan de bovenrand van de wijn. Deze paarse kleur zal in de loop van het jaar verdwijnen, en via een 'gewone' rode kleur langzaam overgaan in een roodbruine tint. Deze kleurverandering ondergaat elke rode wijn, waarbij de betere wijnen er langer over doen dan eenvoudige wijnen.
Helderheid
Een wijn kan helder en doorzichtig zijn, maar de kleur kan ook mat en wazig zijn. Het is zelfs mogelijk dat er vaste deeltjes in rondzweven. Tegenwoordig bestaan er wijntechnieken waarmee elke wijn helder gemaakt kan worden. De wijnmaker kan met behulp van de volgende technieken een mooie heldere wijn afleveren:
Oversteken
Bij het oversteken wordt de wijn overgeheveld van het ene vat naar het andere vat, zonder dat het bezinksel meekomt. Na de gisting, als de wijn op tank of fust ligt, bevinden zich nog kleine deeltjes pitjes, schillen, etc. in de wijn. Deze zakken langzaam naar de bodem. Door nu de wijn via een slang over te hevelen in een ander vat of tank, kan de wijn gescheiden worden van dit bezinksel en ontstaat er een heldere wijn.
Klaren
Bij het klaren wordt eiwit in het vat aan de wijn toegevoegd. Eiwit is geur- en smaakloos, dus het heeft geen invloed op de smaak van de wijn. De eiwitdeeltjes binden zich aan de vaste deeltjes in de wijn en zakken naar de bodem. Daarna steekt men de wijn weer over op een schoon vat of tank. Dit klaren is behoorlijk arbeidsintensief. Het gebeurt dan ook uitsluitend bij de betere wijnen.
Filteren
Het filteren wordt meestal vlak voor de botteling uitgevoerd.
Een troebele wijn kan duiden op een slechte wijn. Het kan echter ook liggen aan de vinificatie: de biologische of biologisch-dynamische manier. Veel troebele wijnen zijn ongefilterd en dus 'origineler' dan andere wijnen.
Troebelheid dient niet te worden verward met het 'dépôt', dat gevormd wordt tijdens de rijping op fles van de betere wijnen.
Walsen
Als u een glas met wijn walst, ziet u dikwijls 'tranen' langs het glas naar beneden rollen. Dit betekent dat de wijn beschikt over voldoende extract, alcohol en glycerol. De smaak van de wijn krijgt hierdoor een zekere volheid. Dit verschijnsel wordt ook wel 'vet' genoemd. Dit is dus een goed teken. Het kan echter ook duiden op chaptalisatie, waarbij de wijnmaker suiker aan de gistende most heeft toegevoegd om een hoger alcoholpercentage te verkrijgen.
De wijnglazen
Wanneer men een wijn volledig tot zijn recht wil laten komen, is het raadzaam om behalve op de temperatuur en eventueel het bezinksel ook te letten op het type glas waaruit men drinkt. Omdat de kleur ook een onderdeel is van de amusementswaarde van een wijn, moet een wijnglas helder en doorzichtig zijn. De geur, ook wel "bouquet" genoemd, moet niet te snel vervluchtigen. Een wijnglas moet dus iets taps toelopen om de geur te behouden. Natuurlijk moet een goede wijn ook gewalst worden zonder dat er gemorst wordt, dus de kelk moet bij voorkeur niet te klein zijn. Binnen deze beperkingen is een keur aan mooie wijnglazen te vinden.
Algemeen
Vroeger was het op Franse wijnkastelen goed gebruik om bij het 'degusteren' een glas rond te laten gaan in de groep proevers. Deze proevers waren meestal wijnboeren uit de omgeving. Door het glas bij de voet vast te pakken kon men dit gemakkelijker aan elkaar doorgeven. Hieraan is de wijsheid, dat men een glas bij de voet behoort vast te houden, ontleend. In verreweg de meeste gevallen houdt de wijndrinker zijn glas bij de steel vast. Houd het glas echter nooit bij de kelk vast. De hand is dan te dicht bij de opening van het glas, zodat het bouquet van de wijn er een ongewenste dimensie bij zal krijgen. Bovendien kunnen er dan vingerafdrukken achterblijven op het glas. Tevens zal door de hand de kelk, en dus ook de wijn, verwarmd worden. Een koude wijn kan echter wel 'handwarm' gemaakt worden door de steel tussen de ringvinger en middelvinger te nemen en met de hand de kelk van het glas te verwarmen.
Tips
Een goed wijnglas is kleurloos en helder.
De kelk moet naar boven toe taps toelopen, zodat het bouquet van de wijn langer behouden blijft.
De steel moet lang genoeg zijn om het glas beet te kunnen pakken.
Het glas moet als geheel stabiel zijn en mag niet topzwaar worden als de wijn is ingeschonken.
De vorm van het wijnglas is belangrijk
Het is niet nodig om dure wijnglazen aan te schaffen om van een goede wijn te kunnen genieten. Een plastic beker is echter ongeschikt voor wijnconsumptie. De vorm van een wijnglas is van groot belang. Een goed wijnglas heeft een voet, een niet te korte steel en een tulpvormige kelk. De vorm van de kelk is van belang, omdat deze het bouquet van de wijn vasthoudt en in geconcentreerde vorm naar uw neus leidt. Is de opening van de kelk te breed, dan verdwijnt het bouquet te snel. Schenk de glazen niet te vol en gun het bouquet veel ruimte in uw glas. De smaak kan optimaal worden genoten als het glas van de kelk dun is. Elke wijnstreek heeft zijn eigen glazen. In deze glazen komt de betreffende wijn goed tot zijn recht.
Er zijn veel verschillende maten in omloop. Een kelk van een goed wijnglas moet minimaal 23cl wijn kunnen bevatten. In een glas van die grootte komen zowel de kleur als de geur goed tot hun recht. Bovendien gaat het walsen van de wijn gemakkelijk. Vooral in de betere restaurants serveert men wijn in grote glazen, omdat veel mensen gevoelsmatig lekkerder drinken uit een groter wijnglas.
Champagne in flûtes
Rode wijn heeft meer ruimte nodig om te ademen. Het is daarom gebruikelijk rode wijn in grotere glazen te schenken dan witte. Wie beide wijnen bij een diner serveert, is het beste af met twee verschillende wijnglazen.
De Champagne, en dus ook de mousserende wijnen als Clairette de Die of een Crémant, en de Spaanse Cava, serveert men het best in smalle, hoge flûtes. De zeer bekende en feestelijk ogende brede, platte 'coupes' zijn minder geschikt, omdat de Champagne te snel zijn mousse verliest en de smaak vervlakt.
Het sherryglas: de copita
Sherry heeft een eigen glas; de copita. Dit is een kleine en smalle uitvoering van het wijnglas en er kunnen ook andere versterkte wijnen uit gedronken worden.
Proefglas
De 'International Standards Organisation' ISO heeft het ideale proefglas ontwikkeld.
In een glas met deze afmetingen kunnen bijna alle rode en witte wijnen optimaal tot hun recht komen:
Kelk : hoogte 100 mm
De steel en de voet zijn in totaal 55 mm hoog. Het totale glas is dus 155 mm hoog.
Wijn kiezen
De keuze van de wijn is in eerste instantie afhankelijk van de gelegenheid waarbij deze geschonken wordt.
Tuinfeest
Bij een tuinfeest met barbecue, koud buffet en diverse dranken schenkt u een goede maar eenvoudige en betaalbare huiswijn, landwijn of tafelwijn. Het land van herkomst is daarbij niet zo belangrijk. Het gaat er om dat iedereen de wijn lekker vindt. De wijn voegt hier iets toe aan de gezelligheid. Kies voor wijnen met een alcoholgehalte tussen de 11 en 12% en serveer deze gekoeld.
Voorbeeld: Vin de Pays d'Oc, Cape Red Zuid-Afrika , Corbières, Languedoc, Minervois, Tinto Spanje of Portugal .
Restaurant
Laat u adviseren bij uw wijnkeuze als het gaat om een goede combinatie van wijn en spijs, zoals tijdens een diner in een goed restaurant. In de sfeervolle ambiance van mooi gedekte tafels en kaarslicht zult u ook eerder geneigd zijn meer van de wijn te genieten. Op de wijnkaart van restaurants staan meestal de betere wijnen uit diverse landen en een paar topwijnen voor de liefhebber. Steeds meer restaurants bieden een 'wijnarrangement' bij de gerechten. Bij een wijnarrangement krijgt u bij ieder gerecht een passende wijn geserveerd.
Voorbeeld: Cru Bourgeois uit de Médoc.
Wijnavond
Op een wijnavond staat de wijn in het middelpunt van de aandacht. Zo kunt u besluiten om eindelijk die fles wijn uit 1966 op te drinken. U acht het niet meer verantwoord deze nog langer in uw wijnkelder te bewaren, dus belt u uw wijnminnende vrienden voor een gedenkwaardige wijnavond. Laat op deze avond alle facetten van het wijndrinken de revue passeren, zodat alle aanwezigen optimaal zullen genieten van de wijn.
Om een wijn optimaal tot zijn recht te laten komen, is de temperatuur van groot belang. Een wijn die te warm geserveerd wordt, verliest zijn charme en de smaak valt uiteen in losse elementen. Is de wijn te koud, dan proeft en ruikt u weinig tot niets. Zo kan een wijn eenvoudig en saai lijken, terwijl deze op de juiste temperatuur mooi en uitbundig is. Een jonge, eenvoudige wijn schenkt u koel bij een temperatuur van 10ºC tot 12ºC. Een mooie gerijpte wijn met een verfijnd bouquet en complexe smaak komt beter tot zijn recht bij een temperatuur van 17ºC tot 18ºC. Jonge wijnen worden doorgaans koeler gedronken ca. 14ºC en oudere gerijpte wijnen tot een temperatuur van 18ºC. Schenk wijn nooit bij een temperatuur hoger dan 18ºC. Een wijn met een te hoge temperatuur zal eerst gekoeld moeten worden alvorens deze geserveerd wordt.
Kurkentrekker
Om zonder problemen uw fles rode of witte wijn open te maken, is een goede kurkentrekker nodig. Een goede kurkentrekker heeft een 'open' spiraal, die u probleemloos in de kurk kunt draaien. Tegenwoordig hebben bijna alle kurkentrekkers zo'n open spiraal, zelfs de screwpull en design-kurkentrekkers. De ouderwetse kurkentrekkers hebben geen open spiraal, maar een 'kurkenboor'. De kurkenboor lijkt op een soort spijker met een metalen windsel. Bij het indraaien zal de kurkenboor de kurk vernielen, waardoor er stukjes kurk in de wijn kunnen komen. Deze ouderwetse kurkentrekkers zijn dan ook minder geschikt voor het openen van een fles wijn.
Champagnefles openen
Het openen van een fles Champagne, of andere mousserende drank, heeft u ongetwijfeld vaak genoeg gezien op televisie. Dit kan echter ook wat ingetogener, wat de smaak van uw glas Champagne zeker ten goede zal komen:
1. Schud de fles niet. Behandel een fles mousseux zoals u een fles rode wijn zou behandelen, dan zal de kurk er niet zomaar afschieten.
2. Zet de fles op een stevige ondergrond of houd hem in de hand.
3. Haal de folie van de kurk af.
4. Draai de 'muselet' het ijzerdraad om de kurk open en haal het rustig van de kurk. Draai hierbij niet aan de kurk.
5. Richt de fles niet op andere mensen.
6. Let erop dat er geen dure lampen of schilderijen in de 'vuurlinie' hangen.
7. Omvat de kurk met uw vuist. Leg uw andere hand om de 'schouders' van de fles.
8. Draai de kurk of de fles langzaam, totdat u de druk van de opkomende kurk voelt.
9. Houd het eerste glas bij de hand.
10. Begeleid de kurk met stevige tegendruk, zodat de kurk uiteindelijk met een bescheiden 'sis' de fles verlaat.
Decanteren
Decanteren is het overschenken van de wijn in een karaf of wijnglas. Er zijn twee redenen te noemen om een wijn te decanteren:
1. Oude gerijpte wijn scheiden van het gevormde dépôt.
2. Jonge wijn ronder en zachter maken.
Oude wijn
Oude, gerijpte wijnen kunnen in de loop der jaren dépôt hebben ontwikkeld. Dit dépôt bestaat uit bezonken kleurstoffen en mineralen, ook wel bezinksel genoemd. Met de huidige wijnmakerstechnieken zal dit verschijnsel zich steeds minder voordoen. Alleen klassieke wijnen en Vintage ports zullen mogelijk gedecanteerd moeten worden. Oudere wijnen zijn gevoelig voor oxidatie en kunnen dus smaak en geur verliezen als ze gedecanteerd worden. Decanteren is dan ook alleen toegestaan als het echt niet mogelijk is de wijn uit te schenken zonder het dépôt mee te laten komen. Als een wijn in een rek of kist ligt, zal het bezinksel zich op de fleswand afzetten. Bij het uitschenken van de fles zou dit bezinksel met de wijn mee kunnen komen. Alhoewel dit niet schadelijk voor de wijn is, kan dit vermeden worden door de wijn te decanteren. Vervoer de fles rustig en horizontaal, c.q. in dezelfde stand als u deze aantrof in de kelder, naar de plek waar u de wijn wilt decanteren en uitschenken. Plaats de fles rechtop en laat deze nu 24 uur rechtop staan, zodat het bezinksel langzaam naar de flesbodem kan zakken. De wijn kan op deze manier ook wennen aan de omgevingstemperatuur. Het is ook mogelijk om de wijn in een schenkmandje te leggen, zodat het dépôt zich niet hoeft te roeren.
Jonge wijn
De smaak van jonge wijn, die nog gesloten is en veel tannine bevat, kan door decanteren veraangenaamd worden. Decanteer de wijn in een karaf om de wijn lucht te geven. Op deze manier treedt er een versnelde oxidatie op, waardoor de smaak van de jonge wijn verbeterd kan worden.
Wijze van decanteren
Zorg altijd voor een lichtbron - een kaars of een lamp - en plaats die op tafel. Neem een schone en vooral droge karaf. Ontkurk nu voorzichtig de fles. Probeer hierbij de fles zo min mogelijk te bewegen en neem er rustig de tijd voor. Als de fles ontkurkt is, wordt de flesopening schoongemaakt met een servet of doekje. Neem de fles in uw 'schenkhand' en de karaf in uw andere hand. Houd de fles bij het schenken voor of boven de lichtbron, zodat u goed kunt zien waar het dépôt zich bevindt. Schenk nu in alle rust de fles in de karaf door de wijn langs de karafwand te laten stromen. Stop met schenken als de eerste droesem mee dreigt te komen.
Wijn proeven
Als men nog nooit wijn gedronken heeft, is het bijna onmogelijk er iets zinnigs over te zeggen. Men heeft namelijk geen vergelijkingsmateriaal. De oplossing ligt voor de hand: men kan een aantal wijnen proeven om een referentiekader op te bouwen. Wanneer men bijvoorbeeld drie wijnen uit de Bordeaux geproefd heeft, is het beoordelen van nummer vier al een stuk minder moeilijk. De wijnschrijvers, professionele proevers en wijnhandelaren vallen bij het beoordelen van een wijn ook altijd terug op een dergelijk referentiekader. Het proeven van wijn bestaat uit drie onderdelen, namelijk uit het kijken naar de kleur en de helderheid, het beoordelen van de geur en het eigenlijke proeven.
Organoleptische keuring
Vroeger werd wijn uit de Bordeauxstreek voornamelijk door Nederlanders en Engelsen verhandeld. Natuurlijk moest de wijn eerst worden gekeurd, en zo is het proeven ontstaan.
Laboratoriumtest
De wijn wordt tegenwoordig in het laboratorium uitvoerig getest op o.a. zuurgraad, suikergehalte en andere bestanddelen. Voldoet een wijn niet aan de minimale eisen, die verschillen per wijngebied, dan moet deze worden verkocht in een lagere kwaliteitscategorie, bijvoorbeeld als tafelwijn.
Organoleptische keuring
Naast deze laboratoriumtests is de 'organoleptische keuring': keuring door kijken, ruiken en proeven nog steeds belangrijk. Het proeven van wijn is niet zo moeilijk als vaak gedacht wordt. Proeven is vergelijken. Een kenner die een glas rode wijn uit de Côtes du Rhône voorgezet krijgt, kan deze vergelijken met eerder gedronken wijnen uit dat gebied. Hij heeft dus een referentiekader waaraan hij zijn mening over een wijn ontleent. Zo'n referentiekader kan alleen opgebouwd worden door veel wijn te proeven!
Het aromarad
Een nuttige hulp bij het ordenen van smaakwaarnemingen is het aromarad. Dit rad is ontwikkeld door Dr. Ann Noble van de vakgroep Wijnbouw en Oenologie van de universiteit van Davis, Californië. In het midden van het rad staan groepen globale aroma's, zoals 'fruitig', 'aards' en ook specifieke kenmerken zoals 'oxidatie'. De ring rondom het midden bevat minder globale groepen. Zo valt de groep 'fruit' uiteen in acht verschillende termen:
Labrusca: Amerikaanse druif
De buitenste ring splitst deze acht termen nog verder uit. Het rad kan zowel van binnen naar buiten toe als andersom gebruikt worden om de smaak van wijn te beschrijven.
Wijn bewaren
Slechts weinigen hebben er nog een: een geschikte wijnkelder. Daarom zijn er andere mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de voorraad Château Margaux de rust krijgt die hij verdient om zich te ontwikkelen. Zo kan men, wanneer men geen kelder heeft, overgaan tot de aanschaf van een wijnbewaarkast of klimaatkast. Dit is een soort koelkast die de kostbare flessen op de juiste temperatuur bewaart, met de juiste luchtvochtigheid. Trillingen worden gedempt en de lucht wordt door een koolstoffilter gezuiverd; mooier kan een wijn het zich niet wensen. Of het moest zijn dat men een geschikte kamer in het huis geheel isoleert en er een zogenaamde 'koelunit' in aanbrengt. Deze zorgt voor dezelfde ideale omstandigheden.
Wijnflessen worden liggend bewaard
Liefhebbers van wijn zullen wel eens een fles weg willen leggen voor later. Het is dan goed te weten hoe wijnflessen goed kunnen worden opgelegd. Met een klimaatbeheerser kunnen de temperatuur en luchtvochtigheid in de kelder gereguleerd worden. Het beste kunnen bewaarwijnen opgeslagen worden in een 'wijnklimaatkast'. Dit is een soort koelkast met thermostaat, waarin de temperatuur en luchtvochtigheid optimaal geregeld kunnen worden.
Een wijnfles moet liggen, zodat de kurk vochtig gehouden kan worden. Bij flessen die langere tijd rechtop staan kan de kurk uitdrogen, poreus worden en teveel lucht doorlaten. De wijn zal in dat geval in azijn veranderen.
Licht
De invloed van licht is schadelijk voor wijn. De ontwikkeling zal zich te snel voltrekken en niet optimaal verlopen. De UV-straling van zonlicht, en TL-licht dienen te worden vermeden. Plaats de flessen met het etiket naar boven, zodat de wijn enigszins tegen het licht beschermd kan worden. Ook de stof die in de loop der jaren op de flessen komt te zitten, zal de wijn beschermen.
Luchtvochtigheid
Een droge kelder kan ervoor zorgen dat de kurk van de fles uit zal drogen. Een te hoge luchtvochtigheid in de kelder is niet gunstig, omdat dan de etiketten gaan schimmelen. Ideaal is een luchtvochtigheid tussen de 60 en 70%. De luchtvochtigheid kan bepaald worden met behulp van een hygrometer. Hang deze op diverse plekken in de kelder om verschillen in luchtvochtigheid vast te stellen.
Temperatuur
De ideale keldertemperatuur ligt tussen 12ºC en 14ºC. Slechts weinigen hebben de beschikking over een kelder die voldoet aan deze eis. Zorg er wel altijd voor dat de bewaartemperatuur constant is. Als de temperatuur niet te veel schommelt, kunt u zelfs de wijn bij een temperatuur van 16ºC bewaren. Er is vaak een verschil tussen zomer- en wintertemperatuur, en ook van dag-en-nacht. Hoe kleiner het temperatuurverschil, hoe beter.
Bewaarplaats
Door trilling kan een wijn zich sneller ontwikkelen dan normaal. Bewaar de wijn dan ook niet op plaatsen die dagelijks geteisterd worden door trillingen van langsrijdend verkeer, huishoudelijke apparaten of machines. Laat de wijn tot rust komen. Een fles wijn is, ondanks de kurk, gevoelig voor geuren. De bewaarplaats van wijnen dient daarom vrij te zijn van alle stoffen die een sterke geur afgeven. Verwijder potten verf, jerrycans en zeeppoeder. Wijn houdt niet van een tochtige omgeving, omdat dit te snelle afkoeling of opwarming met zich mee kan brengen. Ventilatie is echter zeer belangrijk, omdat er in een omgeving waar de lucht stilstaat gemakkelijk rot en schimmel kunnen optreden.