Wijn.org · Verdieping
De chardonnaydruif
Deze druivensoort is tegenwoordig zo populair dat hij bijna een merknaam is geworden. De chardonnay vormt de basis voor onder meer de bekende Chabliswijnen. Deze druivensoort vormt een belangrijk bestanddeel van Champagne. Ook de witte Beaujolais wordt van de chardonnaydruif gemaakt. De chardonnay is de belangrijkste druivensoort uit het Bourgognegebied. Enkele van de beste en duurste droge witte wijnen vinden hier hun oorsprong.
De chardonnaydruif is eenvoudig te telen en past zich gemakkelijk aan. Zijn bladeren zijn glanzend groen in de voorzomer, en in de herfst dof en donkergroen. De druiven groeien dicht opeengepakt in kleine trossen die cilindervormig zijn. De kleur varieert van geelgroen tot amberkleurig. Hij heeft veel smaken: fris en citrusachtig, vol, zacht en romig. Veel Chardonnaywijnen hebben een intrigerende groentesmaak van sperziebonen of zelfs kool. De Bourgondiërs beweren dat dit de unieke smaak van kalkhoudende gronden is. De verschillen in klimaat zorgen voor de variatie in stijl. Niet-houtgerijpte Chardonnay heeft een frisse, heldere fruitsmaak, terwijl houtgerijpte Chardonnay verschilt van sierlijk romige, nootachtige wijn tot de eikenhouten smaak van goedkopere Chardonnay uit Oost-Europa, Spanje en Zuid-Afrika. Door de maandenlange rijping in eikenhouten vaten krijgt hij vaak een diepgouden kleur en bevat hij een alcoholpercentage tot 13,5%.
Men mengt chardonnay vaak met onbekendere druiven om de prijs van de wijn te drukken. Een typische Chardonnay zal in een gemiddelde prijsklasse een mengwijn zijn van vijf tot zes druivensoorten, 30 tot 40% houtgerijpt, een deel niet-houtgerijpt en de rest behandeld met verschillende schimmels en met houtsnippers. De wijnbouwer zal meerdere mengwijnen maken en dan pas besluiten welke de beste is voordat hij de wijn bottelt.
Müller Thurgau
In grote conische trossen groeit de müller thurgaudruif geelgroen tussen opvallend grote bladeren. Hij is géén kruising tussen de riesling en de sylvaner, zoals lange tijd werd aangenomen. Waarschijnlijk gaat het hierbij om twee riesling-mutaties. Hij is genoemd naar zijn kweker, professor Hermann Müller uit het Zwitserse Thurgau.
De müller thurgau is vroeg rijp en gedijt op plaatsen waar de pure riesling geen mooie wijn zou opleveren: op vette leem en lössgronden. De beste wijnen vindt men in Oostenrijk aan het Neusiedler Meer, direct aan de grens met Hongarije, waar hij ruster ausbruch genoemd wordt. Verder wordt hij aangeplant in Zwitserland, Luxemburg, Italië, in de Elzas en sinds kort in Nieuw-Zeeland.
Chenin Blanc
Deze gemakkelijk te telen, uiterst productieve druif is enorm populair bij wijnbouwers in Zuid-Afrika. Het blad is grijsgroen met rode aderen. De druiven groeien dicht opeengepakt in lange conische trossen. De chenin blanc heeft een opvallend dikke schil. Het is waarschijnlijk dat deze druif uit de, oorspronkelijk in het wild groeiende, rode lambruscadruiven is voortgekomen.
Hoewel de druif zachtronde witte wijnen voortbrengt, kan hij ook scherp en onaantrekkelijk groenteachtig smaken. Als de druif goed wordt behandeld, kan de wijn net zo fris en helder zijn als een lichte Chardonnay. In het Loiredal in Frankrijk is het een compleet andere druif, waarvan veel soorten droge, halfdroge en zoete wijnen worden gemaakt met een heerlijke, honingachtige smaak. Deze druif wordt ook wel pineau de la loire genoemd. De chenin blanc is tevens de basis voor mousserende wijnen, zoals Saumur en Crémant de Loire. In Californië werd de wijn vóór het jaar 1955 als White Zinfandel of Chablis aangeduid. Het waren meestal dikke, wat plat smakende wijnen, maar de kwaliteit is de laatste tijd enorm verbeterd.
Sylvaner
De sylvaner is een donker geelgroene tot amberkleurige druif, die groeit in middelgrote trossen tussen ronde, middelgrote bladeren met bruine vlekken. Hij stamt waarschijnlijk uit Transsylvanië Roemenië . Hij bedekt 35% van het Duitse wijnoppervlakte en geeft een milde, volmondige, lieflijke wijn met dikwijls een laag wijnzuurgehalte. De overbekende Liebfraumilch is van de sylvaner gemaakt. Hij groeit op wijngronden met veel leem en klei, bij voorkeur dicht bij een rivier. Zeer goede Sylvaner vindt men in het Frankenland aan de Main, waar de wijn in Bocksbeutel, dikbuikige lage flesjes, verkocht wordt. De oude naam Österreicher wordt nog regelmatig gebruikt, terwijl de wijn in Hongarije en Oostenrijk Grüner Zierfandler genoemd wordt. In de Elzas heet hij Grünfränkisch of Gentil Vert.
Muscat
Van alle druivensoorten smaakt de muscatdruif het sterkst naar druiven. De bladeren zijn langgerekt, groot en vijflobbig met een scherpe tanding. De druif is geelgroen tot bruingoud van kleur, groeit in lange trossen en is sterk geurend. De muscatdruif smaakt zowel als tafeldruif, als rozijn en als wijn voortreffelijk. Hij heeft weinig wijnzuur.
Hoewel deze druif wordt gebruikt voor droge witte wijnen of in mengwijnen, heeft hij zijn reputatie gevestigd met dessertwijnen. Hij komt overal voor in de zachte, lichtmousserende Moscato d'Asti of in de lichte, honingachtige, verfrissende Moscatel de Valencia en in de rijke, zoete Muscat uit Zuid-Frankrijk, zoals de Muscat de Beaumes de Venise. De variant morio-muscat, genoemd naar zijn kweker Peter Morio, is één van Duitslands nieuwe druivenrassen. Oostenrijk kent de muscat-ottenel, in de 19e eeuw gekweekt door Robert Moreau uit Angers aan de Loire. Deze levert een opvallend milde Muscatwijn op. In de streek Rutherglen in Victoria Australië maakt men van de muscat een rijke, toffeeachtig smakende wijn.
Pinot Gris / Pinot Grigio
Het blad van de pinot grisplant is drie- tot vijflobbig, donkerblauwachtig groen van kleur, en is aan de onderzijde zwak behaard. De druiven zijn middelgroot en de kleur kan variëren van groengeel en dofblauw tot roodachtig.
De twee verschillende benamingen staan voor twee totaal verschillende stijlen. Pinot grigio, zoals men de druif in Italië noemt, produceert typisch frisse, heldere witte wijnen die men zo jong mogelijk drinkt. Pinot gris, de specialiteit van de Elzas in Frankrijk, is rijker en krachtiger dan de pinot grigio. De pinot gris brengt wijnen voort die variëren van droog en vol tot weelderig en zoet. De druiven van de pinot gris kunnen indrukwekkend lang rijpen mits zij groeien op een warme ondergrond. De pinot gris gedijt daarom zeer goed op vulkanische grond. De beste wijnen worden gemaakt op de Kaiserstuhl in de zuidelijke Rijnvlakte in Duitsland. Hier wordt hij ruländer genoemd. Hij kan een stijlvol alternatief voor de chardonnay zijn.
Gewurztraminer
Dit is een druivensoort met een zeer kenmerkend, scherp, aromatisch karakter. Hij kan worden vergeleken met de smaak van lychees, rozenbladeren en Turks fruit. De bladeren van de gewurztraminer zijn klein, breed en drielobbig. Hij groeit in kleine brede trossen met dicht opeen geplaatste roodbruine druiven. De druiven hebben een dikke schil en zijn zeer sterk geurend. De verwante soort komt waarschijnlijk uit Noord-Italië en stond oorspronkelijk bekend als traminer. Zijn geurige afstammeling, die voor het eerst werd geïdentificeerd in de 19e eeuw, kreeg het Duitse voorvoegsel 'gewürz', dat gekruid betekent.
De druif is vroeg in Oost-Europa geïntroduceerd: in Hongarije als formentin en in Joegoslavië als traminac crveni of mirisavi. In Duitsland is hij in de Pfalz en op de Kaiserstuhl te vinden. De beste uitdrukking krijgt de wijn in de Elzas in Frankrijk, waar men de druif gebruikt voor de productie van opmerkelijk weelderige, langlevende, halfzoete dessertwijnen. Daar wordt hij soms savagnin genoemd. De wijn heeft vaak een laag zuurgehalte, waardoor hij al vrij jong kan worden gedronken. Door het relatief hoge alcoholpercentage heeft hij een extreem lange nasmaak. Ook in Zuid-Afrika, Chili en Oregon wordt de gewurztraminer aangebouwd. Deze wijnen smaken allemaal aantrekkelijk fruitig.
Viognier
Deze exotisch geparfumeerde druif - de pijler van de Condrieu, een dure wijn uit het noordelijke Rhônegebied - was tot voor kort vrij onbekend. Nu wordt de viognier veelvuldig geplant in de Languedoc en in Californië. Net als de muscat, zal een kleine hoeveelheid viognier in mengwijnen grote invloed hebben op de smaak, en kan men hem gemakkelijk herkennen aan zijn aromatische, licht abrikoosachtige aroma.
De sauvignon blanc
Deze druivensoort kan veel wijnsoorten voortbrengen, maar hij wordt meestal in verband gebracht met de smaak van de frisse, wrange kruisbes. Zijn specifieke eigenschappen en de frisse zure smaak ontwikkelen zich alleen in koele streken. Het blad is klein en breed. De druif is groengoud van kleur en groeit in cilindervormige trossen.
Hij reageert minder goed op eikenhout dan de chardonnay, omdat het hout de natuurlijke frisse, zure smaak verdoezelt. De meeste producenten passen geen rijping op eikenhouten vaten toe, omdat de goedkope Sauvignon jong moet worden gedronken.
Het hart van de productie ligt in het Loiredal. Uit deze streek komen wijnen met een kenmerkende frisse, mineraalachtige stijl. Niet-Franse Sauvignon Blanc, met op het etiket de vermelding Fumé Blanc, heeft vaak een eikenhoutgisting of -rijping ondergaan om de exclusieve vanillesmaak te verkrijgen. In Bordeaux wordt deze druivensoort gecombineerd met de Sémillon. Sauternes wordt met 20 à 30% Sauvignon gemengd. Uit Hongarije komt een Sauvignon met een gras- en kruisbesachtige smaak. Nieuw-Zeeland produceert voornamelijk Sauvignon met een fruitige smaak, maar ook associaties met erwten, asperges en rode paprika komen voor. Hij krijgt echter steeds meer concurrentie uit Chili en Zuid-Afrika. In deze gebieden worden, naast de eenvoudige, oprechte, citrusachtige Sauvignon, elegante wijnen gemaakt met een zeer goede prijs-kwaliteitverhouding.
Riesling
Hoewel de riesling enkele van de beste en meest karakteristieke wijnen ter wereld voortbrengt, is de smaak heel bijzonder. De jonge wijn kan scherp en zurig zijn, en het kan jaren duren voordat hij de karakteristieke olieachtige smaak ontwikkelt. De wijn is verfrissend, elegant en sappig. De riesling is typisch Duits. De bladeren zijn lichtgroen van kleur. De druif is klein, rond, geelgroen van kleur, en vertoont vaak stipjes. De druif is pas laat in het najaar rijp. De grasevina of welschriesling komt veel voor op de Balkan. De rieslaner is, net als de scheuriesling of scheurebe, een kruising van de riesling met de sylvanerdruif.
Riesling
De wijn verschilt per streek: van de spannende zure wijn van de Moezel tot de weelderige, kruidige wijn van de Pfalz en de Rheingau. Hij onderscheidt zich in zoetheid van de frisse, appelachtige Kabinett tot de zoete Beerenauslese en Trockenbeerenauslese. Ook in de Elzas produceert men goede Rieslings, waar ze doorgaans wat voller en alcoholischer zijn dan in Duitsland. De Riesling uit Zuid-Australië smaakt limoenachtig en heeft een aantrekkelijk fruitig karakter.
De sémillon
De bladeren zijn groot, drie- tot vijflobbig, en de kleur is donkergroen met lichte vlekken. De druif is geel met een lichtroze ondertint. Zij groeien zeer dicht opeen en zijn samen met de sauvignon blanc zeer ontvankelijk voor schimmel: de edele rotting van de sauternes.
De Sémillon wordt vaak gemengd met Sauvignon Blanc en Chardonnay. Hij geeft een volle textuur met heerlijke smaken, zoals zoete ananas en tropische vruchten. Deze smaak blijft ook ná het mengen overheersen. In New South Wales zorgt de druif voor weelderige wijnen die men jaren kan bewaren. In de Bordeaux produceert hij, gecombineerd met de sauvignon, goede droge witte wijnen naast de zo beroemde zoete witte wijn; de Sauternes. In Californië is de sémillon de basis voor de Sauterne, die absoluut anders smaakt dan de Sauternes uit Frankrijk. Ook in Australië wordt de sémillon aangeplant, maar dan onder de naam riesling.
De cabernetdruif
De cabernetdruif bestond waarschijnlijk al in de Romeinse tijd. Plinius de Oudere 23-79 n. Chr. beschreef een druif, de biturigiaca, die veel overeenkomsten vertoont met de cabernet. Later wordt de bordeauxdruif als biturica beschreven en de cabernet wordt nu nog plaatselijk als la bidure of vidure aangeduid. De pure wijn komt nooit in de handel. Hij zou te hard van smaak zijn.
De druif is als basis voor rode wijn even populair als de chardonnay voor de witte wijn. Men herkent de wijnstok aan de kleine druiven met relatief dikke, harde schillen, die de wijn structuur en body geven en hem geschikt maken voor een lange rijping. De bladeren zijn donkergroen, middelgroot en vijf- tot zevenlobbig. In de noordelijke streek van Bordeaux is de wijn droog en streng, maar elegant. Op het veel warmere zuidelijk halfrond is de zwartebessensmaak nadrukkelijk aanwezig.
Ook binnen het Bordeauxgebied bestaan grote verschillen tussen de fruitsmaak van een jonge Bordeaux en de fluwelen rijkdom van een tien jaar oude Cru van een goed wijnjaar. Van oudsher komen de wijnen, die grotendeels van cabernet worden gemaakt, van de linkeroever van de Gironde en van beroemde plaatsen in de Médoc. Deze wijnen zijn veel minder fruitig dan die van de rechteroever, die grotendeels van merlot worden vervaardigd.
In Zuid-Australië produceert men een fruitige wijn die een weelderig en muntachtig karakter heeft. In Chili maakt men wijn met een levendige fruitsmaak. De Zuid-Afrikaanse wijnen rijpen met behulp van houtspaanders en zijn doorgaans wat magerder. De cabernet van de Californische wijnstreek heeft veel overeenkomsten met de Franse stijl. Deze wijnen kunnen zowel in kwaliteit als in prijs met de Bordeaux wedijveren. Hij moet echter minstens 51% wijn van de cabernetdruif bevatten.
De merlot
De bladeren van de wijnstok zijn middelgroot en drie- tot vijflobbig. De blauwzwarte druiven hangen aan langwerpige trossen. Hoewel er in de Bordeauxstreek meer merlot dan cabernet is geplant, is de reputatie van de merlot nooit zo goed geweest als die van de cabernet sauvignon. In Bordeaux beschouwt men hem als een geschikte druif om met de cabernet te mengen. Zijn aandeel in Bordeauxwijn is ongeveer 33%, hoewel dit per château kan verschillen. De merlot maakt de Bordeaux rond en zacht.
De soepele fruitsmaak maakt de wijn toegankelijk voor het stijgende aantal nieuwe rode-wijndrinkers. Het karakter van de merlot is niet zo wisselvallig als die van de cabernet. Zelfs zonder gebruik van eikenhout zorgt hij voor een zacht fruitige rode wijn. De wat duurdere soorten ontwikkelen een fluweelachtig karakter met een weelderig vleugje chocolade. In tegenstelling tot de cabernet sauvignon is de merlot eerder rijp, en de jonge wijn smaakt rijper dan hij daadwerkelijk is.
Chili, Californië en Washington produceren opwindende Merlotwijnen. De Zuid-Afrikaanse wijn kan sterk pruimachtig zijn. In Nieuw-Zeeland combineert men hem met de iets magerdere Cabernet.
De syrah of shiraz
Dit zijn twee benamingen voor dezelfde druif. De plant heeft opvallend weinig bladeren. De bladeren zijn roodbruin van kleur. De druif is donker van kleur en geurt naar verse peper en zwarte bessen. De wijn van de syrah geeft de kleur, de geur en de ruggengraat aan de Châteauneuf-du-Pape en andere Côtes du Rhônes. De druif produceert een karakteristiek rokerig, licht teerachtig aroma met de smaak van rode bessen, en een duidelijk peperige afdronk. De beste wijnsoorten komen uit het noordelijk Rhônegebied. Dit zijn sterk geconcentreerde wijnen, zoals Hermitage en Cornas. Syrah komt ook in het zuidelijke deel van het Rhônegebied veel voor. Hier wordt hij vaak met de grenache gecombineerd, hetgeen een zachter en soepeler resultaat oplevert. De druif vormt een goede basis voor veel rode wijnen uit Zuid-Frankrijk.
Het land dat shiraz echter de meeste bekendheid heeft gegeven is Australië, waar men hem hermitage noemt. Deze wijn heeft dezelfde concentratie als de Franse wijn, maar is veel zachter en fruitiger. De Australiërs hebben een gedeelte van hun syrah gebruikt voor de vervaardiging van een zeer vernieuwende, dikke, rode mousserende wijn, die naar schuimend zwartebessensap smaakt. Verder teelt men de syrah in Argentinië, in Californië en in toenemende mate in Zuid-Afrika.
De cabernet franc
De cabernet franc overtreft als Bordeauxwijn zelfs nog de merlot. Hij rijpt snel en is beter bestand tegen het koele weer dan de cabernet sauvignon. Hij is lichter, fruitiger en zuriger dan de cabernet sauvignon. In Californië, Zuid-Afrika, New York en Washington brengt hij wijnen met veel kracht en persoonlijkheid voort. Men vindt de cabernet franc ook op grote schaal in Frankrijk, Oost-Europa en Italië. De beste streek is het Loiredal, waar men bekoorlijke, elegante rode wijnen maakt, zoals de Bourgueil, de Chinon, de Rosé d'Anjou en de Saumur-Champigny.
Gamay
Dit is de druif waarvan de Beaujolais wordt gemaakt. Het is een aparte wijn; licht, sappig en fruitig, met in de Nouveau-versie een synthetisch aroma van bananen en kauwgum. Hij moet jong gedronken worden. De lichte structuur heeft de Beaujolais te danken aan een bijzondere vinificatiemethode. De gamaydruiven worden met de schil in een cuve gedaan, waar met behulp van koolzuur de lucht aan is onttrokken. Het sap in de druif begint te gisten, totdat de schil knapt door de opgebouwde gasdruk. De druiven op de bodem worden geplet door het gewicht van de andere druiven en gisten op de normale manier. Enkele van de rijkere, vlezige Crus kunnen, na vijf tot zes jaar rust, elementen van een rijpe Pinot Noir in zich hebben.
Op de onherbergzame, granieten hellingen van de Beaujolais komt de gamay tot ontwikkeling. Er zijn, naast de standaard Beaujolais en de Beaujolais Villages, tien dorpen die theoretisch in staat zijn de beste wijnen Crus du Beaujolais te maken. Zij hebben elk hun eigen wijngebied. De gamaydruif kan ook in het Loiredal gevonden worden, waar hij wordt gebruikt voor Crémant de Loire; een roze mousserende wijn.
Grenache
Oorspronkelijk komt deze druif uit Spanje, waar hij garnacha heet. Het is de meest gebruikte rode druif ter wereld. Zijn bladeren zijn klein, rond, drielobbig en lichtgroen van kleur. De druivenschil bevat weinig kleur. Hij groeit in zeer grote trossen aan knoestige, kromme druivenstokken. Hij dient als basis voor de bekendste rode Rhônewijnen en wijnen van de Languedoc-Roussillon. De grenache is overvloedig vruchtdragend. Vandaar dat men hem van oudsher gebruikt voor vrij lichte, naar aardbeien smakende, rode wijnen. Twee befaamde wijnen, de Rioja van Castile Frankrijks eerste Appellation contrôlée en de Châteauneuf-du-Pape in het zuidelijke Rhônegebied, bestaan voornamelijk uit de grenachedruif. Deze druif is bestand tegen een brandend klimaat met weinig regen, waardoor hij ruim vertegenwoordigd is in de zuidelijke wijngaarden. Hij rijpt moeiteloos en vormt genoeg natuurlijke suikers voor een hoog alcoholpercentage. In bijzonder rijpe oogsten heeft de druif ook iets weg van het zwarte peperaroma, dat zo kenmerkend is voor de syrah.
Voor de Vins-Doux-Naturels van de Roussillon, - een zoete rode wijn van de grenache - wordt, net als bij de vervaardiging van Port, halverwege de gisting alcohol toegevoegd, waardoor de gisting stopt. Hierdoor ontstaat een sterke, dikke rode wijn, met voor een deel ongefermenteerde natuurlijke suikers.
Nieuwe belangstelling, vooral voor wijnen die van oudere wijnstokken worden geproduceerd, heeft geresulteerd in weelderige, vollere wijnen. In voormalige Franse gebieden, zoals Algerije, Tunesië en Marokko, wordt de grenache ook verbouwd. Ook Israël, Australië en Californië maken enkele goede Grenaches.
Mourvèdre
De mourvèdre was, tot de komst van de druifluis, de belangrijkste wijnstok in de Provence. Dit is een rijk geparfumeerde en krachtige druif die, na de wederopleving van de wijnbouw, in veel Zuid-Franse wijnen weer een rol speelt. Hij is de dominante druif in Bandol. Mourvèdre heeft een intensieve bramen- en frambozensmaak en een hoog tanninegehalte. Ook in Zuid-Spanje heeft men hem op grote schaal geplant. Hij wordt daar monastrell genoemd en hij produceert krachtige, volle rode wijnen, zoals de Jumilla. In Australië en in Californië wordt hij mataro genoemd en daar wordt hij vaak met Shiraz gemengd.
De nebbiolo
Aan de wijnstokken van de nebbiolo kan men zeer kleine bladeren onderscheiden die vijf- tot zevenlobbig zijn. De druiven zijn klein, geven weinig kleur af en groeien in lange trossen. Zij zijn erg afhankelijk van het juiste klimaat en een optimale bodemgesteldheid. De naam stamt van het Italiaanse woord 'nebbia' en betekent 'nevel'. Deze druif vormt de basis van de twee beste Noord-Italiaanse rode wijnen; de Barolo en de Barbaresco. De nebbiolo is een smaakvolle, compacte, laatrijpende druif. Hij is rijk aan tannine en geschikt voor langere rijping op hout. De kleur verandert snel van rood naar roodoranje, wat voor veel Italiaanse wijnen kenmerkend is. Er is een groeiende belangstelling voor de meer toegankelijke Nebbiolowijnen uit Piemonte, die korter op oud hout rijpen zonder aan kwaliteit in te boeten.
Pinotage
De pinotage is een kruising tussen de pinot noir en de cinsaut. Daarmee is hij de trots van Zuid-Afrika, waar hij hermitage wordt genoemd. Door de wijnstokken veel vruchten te laten dragen, ontstaat een eenvoudige rode tafelwijn. Als men de oogstopbrengst beperkt, kunnen de druiven een heerlijk diepe, geconcentreerde volle rode wijn voortbrengen.
De sangiovese
De sangiovese is de alomtegenwoordige blauwe druif van Midden-Italië. Daar wordt deze druif gecombineerd met canaiolo, een jongere, meer plooibare druif, en op grote schaal gebruikt voor de productie van de Chianti. Net als pinot noir muteert ze snel en zijn er veel verschillende klonen en variëteiten, grofweg onderverdeeld in de sangiovese grosso en sangiovese piccolo.
De sangiovese is een laatrijpende druif, die gedijt op de kalkbodem van het Chianti Classico-district tussen Florence en Siena. Hij bezit veel tannine en heeft een elegante, robijnrode kleur. Hij moet vaak jaren op de fles rijpen, voor hij zijn karakteristieke aroma van lissen en zijn kersen- en pruimengeur prijsgeeft.
Wijnen van de sangiovesedruif zijn lichte, soepele wijnen met een vrij hoog zuurgehalte. Dit geldt echter niet voor de Brunello di Montalcino en evenmin voor de Super Toscanes, waarbij de sangiovese voor een heel serieuze wijn zorgt. De druif wordt met succes gekweekt door Argentijnen van Italiaanse afkomst. De Californische kuststreken leveren enkele veelbelovende Sangiovese-Cabernetwijnen.
De tempranillo
De beste druivensoort van Spanje is bekend onder verschillende namen. In de Rioja heet hij tempranillo, in Ribera del Duero noemt men hem tinto fino en in Valdepeñas is hij bekend onder de naam cencibel. In Portugal kent men hem als tinto rorez, en is hij een van de grootste portdruiven in de Douro.
De tempranillo is een relatief vroegrijpende druif met een dikke schil. Deze druif levert donkere, evenwichtige wijnen, die niet te veel alcohol bevatten. Tempranillo is ideaal voor de hooggelegen wijngaarden van Rioja Alta en Alavesa, waar zij 70% van de beplanting uitmaakt en het beste fruit van de streek levert. Jonge, niet-houtgerijpte Tempranillo is fris en fruitig. Deze smaakrichting verdwijnt bij een langdurig contact met eikenhout. Dit gebeurt vooral bij wijnen met het etiket 'reserva' of 'gran reserva', die meerdere jaren in vaten en in de fles hebben gerijpt. Deze wijnen hebben een duidelijke, zachte aardbeiensmaak.
Zinfandel
De grote druif van Californië brengt - net als pinotage - veel wijn voort, variërend van de zoete 'witte' Zinfandel tot een rijk alcoholische 'Killer Zin' van 14%. De druif komt in Europa niet voor. In Zuid-Afrika worden enkele goede Zinfandels geproduceerd.
Pinot Noir
De pinot noir is niet aan mode onderworpen. De bladeren zijn blauwgroen en in de herfst rood. De druif is erg sappig met een dunne schil. Hij bevat veel grote pitten. Het is een moeilijke druif; de temperatuur, de grond en de behandeling moeten precies op elkaar afgestemd zijn om een optimaal product te leveren. In Duitsland en Zwitserland wordt de pinot noir soms niet helemaal rijp.
Weinig wijnstreken bereiken zo'n zijdeachtig karakter en smaak, die bij het rijpen van de wijn geleidelijk verandert in een rijk, truffelachtig aroma. De beste pinot noir komt uit Frankrijk. De meeste Champagne wordt gemaakt op basis van 2/3 pinot noir en alle hoge bourgognes. Een combinatie van minimaal 1/3 pinot noir en 2/3 gamay wordt in de Bourgogne 'Passetoutgrains' genoemd.
De Elzas en het Loiredal leveren verschillende zwakke, maar plezierige variaties. Daarentegen wordt in Oregon, in koudere delen van Californië en in Nieuw-Zeeland indrukwekkende Bourgogne-achtige Pinot gemaakt. In een warmer klimaat ontwikkelt de pinot noir vaak een dieper fruitachtig karakter. Roemenië produceert enkele volle wijnen, net als Spanje en Italië. De pinot noir komt in Oostenrijk voor onder de naam blauburgunder. In Duitsland, waar hij spätburgunder genoemd wordt, vormt hij de basis voor de rode wijn uit Assmannshausen. In koelere delen van Australië, in Zuid-Afrika en in Chili wordt een Pinot Noir gemaakt met een levendige fruitsmaak.